donderdag 28 maart 2019

De ziekenauto

Niet ver van de school klonk een sirene. Twee kinderen hadden de ambulance al snel gespot: hij reed het parkeerterrein van het winkelcentrum op. "Mogen we kijken!?" riepen ze enhousiast. Kennelijk zien ze niet zo vaak een ambulance vlak bij de plaats van bestemming. Ik was niet zo enthousiast. "Weet je, als er iemand op de grond ligt die hulp nodig heeft, dan is het voor die persoon helemaal niet leuk als er heel veel mensen komen kijken. Dus, nee, ik ga niet met jullie mee naar het winkelcentrum!".

"Maar we kunnen heel ongemerkt langslopen, en dan stiekum kijken, dan ziet niemand dat", zei de oudste, en hij deed prachtig voor hoe dat er dan uit ziet. Maar hij begreep ook wel dat dat niet zou werken.

We gingen naar de computer om te kijken naar de 112-meldingen. Misschien was er wel iets over het incident te vinden. Emma stopte even met haar PC-werk en samen keken we naar alle meldingen, codes, termen, tijden... En ja hoor! Het winkelcentrum werd genoemd: een ambulance met gepaste spoed. Meer niet. Toch werden de kinderen weer enthousiast om te gaan kijken: wat zou er toch gebeurd zijn..?

Voor Emma was dit een mooie aanleiding om haar ervaring met een ambulance te vertellen: ze is ooit van een paard gevallen, en heeft 20 min. op de ambulance gewacht. Na een kwartier kreeg ze door hoeveel mensen er stonden te kijken, en ze beschreef hoe vervelend ze dat vond. De jongens waren onder de indruk.

Nee, ze hoefden niet meer te gaan kijken. En raad eens wat er even later gespeeld werd?


vrijdag 22 maart 2019

Broodjes bakken

"Ik ga vandaag broodjes bakken", en hield een pak kant-en-klaar-mix in de lucht. En inderdaad, met ondersteuner Gerard ging hij wegen, water toevoegen, kneden, en rijzen. Met het wekkertje er bij, zodat hij het niet zou vergeten.


Na het rijzen bleek de motivatie nog steeds aanwezig: bolletjes draaien, en een lange worst ("nee, geen stokbrood, bah!"). Ze belandden op de bakplaat en gingen even later de oven in.

Na ruim een half uur begon de hele school naar lekker versgebakken brood te ruiken. Ook andere kinderen raakten geinteresseerd in wat er in de keuken gebeurde, en natuurlijk nog meer toen het bruingebakken resultaat geproefd moest worden. Borden, bestek en honing werden de lunchroom in gebracht (opeens hielp iedereen mee!) en de broodjes werden eerlijk verdeeld. "Dit ga ik elke week doen!" riep de kok, en schreef een motie voor in de schoolkring.

De volgende schooldag was de schoolkring al, en de kok was present voor zijn motie: "vrijdag broodjesdag". De schoolkring vond het een prachtig initiatief, maar vroeg zich af wie het brood-bak-spul ging kopen, en ging betalen. "Ik doe het zelf wel!", zo graag wilde hij bakken.

Het was weer vrijdag. De kok keek me bedremmeld aan. "Ik ben de broodspullen vergeten...". "Geeft niet!" zei ik. "Het is mooi weer, als jij naar de supermarkt wil om een nieuw pak te kopen, wil ik wel met je mee. Maar we moeten even wachten tot ondersteuner Gerard er is, anders zijn er te weinig begeleiders voor de andere kinderen.". Een uurtje later ging de kok met zijn vriendinnetje naar de supermarkt. En het was mooi weer! En zo veel te zien en te doen onderweg...

Aan het eind van de middag was het brood klaar. Het was bijna een pizzabodem geworden. "Ja, het plakte zo aan mijn vingers, we hebben er maar geen bolletjes van gemaakt. Gewoon zo op het blik". Er zat blijkbaar te veel water in, en er was geen losse bloem in de keuken om het te herstellen. Nou, het smaakte er niet minder om.

"Volgende week weer"? Volgende week weer.

woensdag 20 maart 2019

Een kind is al iemand...

Wanneer wij, als volwassenen, denken aan kinderen, dan is er een kleine, belangrijke waarheid waar we gemakkelijk overheen kunnen kijken: kindertijd is geen voorbereiding op het leven, maar het IS het leven. Een kind is zich niet aan het voorbereiden, maar ze is aan het leven. Kinderen krijgen vaak de zeurende vraag "wat ga je later worden?". Het zou aangemoedigd moeten worden dat kinderen antwoorden met "Ik ben niet bezig iemand te worden, ik ben al iemand!"

(Thomas Ripaldi)